Weblog van Gerbrand Bakker
Zo leer je nog eens wat
Afgelopen zaterdagmiddag organiseerde de Werkgroep Theater van de VVL in Bellevue een symposium over het bewerken van boeken voor het toneel. Dick van den Heuvel, Janine Brogt en Jeroen Olyslaegers vertelden daarover. Opvallend aan alledrie de bewerkers was de enorme vrijheid die ze namen bij het bewerken. Judith Herzberg zat drie uur zwaar zwijgend maar zeer aanwezig, als een soort waakvogel, in de zaal. Mooie dingen zeiden ze. Van den Heuvel bijvoorbeeld hield De gelukkige huisvrouw omhoog en zei: ‘Je moet als het ware door het boek heenkijken, en daarachter een toneel zien.’ Zijn boek bestond letterlijk niet meer: hij had alle pagina’s eruit gesneden en zelf in een nieuwe volgorde gezet. Olyslaegers had de vader uit Wuthering Heights vermoord, want ‘dat zou een rotrol’ zijn en hij hield nu eenmaal graag rekening met wat mensen te spelen hadden. In de zaal zat een schrijfster die haar eigen boek wilde bewerken, hoe of dat moest? Doodse stilte op het toneel, ze verbleekten alledrie. Om allerlei redenen rieden ze haar dat vervolgens af en Janine Brogt zei toen haar mooie ding: je kiest een vorm waarin je het beste dat kunt vertellen wat je wilt vertellen en vervolgens is het onmogelijk om daar zélf een andere vorm voor in te zetten. ‘Elk verhaal zijn eigen vorm’ dus. En dat vond ik dan weer mooi aansluiten bij het dingetje dat ik schreef over boekverfilmingen: als schrijvers als (Herzbergiaanse) waakvogels (het belang van) hun werk willen beschermen heeft een filmregisseur niet de kans een nieuwe vorm ervoor te vinden en wordt het dus hetzelfde verhaal in een nieuwe vorm, die gedoemd is te mislukken. Judith Herzberg maakt ook niet voor niets van het één een gedicht en van het ander een filmscript.
|
Naar boven
|
|