Weblog van Gerbrand Bakker
Uitzondering op zondag (een mening) (wel wat lang)
Literair nieuws: ‘Ook in hoger beroep haalt Tommy Wieringa gelijk over verfilming Joe Speedboot’. Sinds ik mijn vriend Kluun op een podium in Vlissingen, onderuitgezakt op een bank, heb horen zeggen dat hij het ene na het andere scenario voor Komt een vrouw bij de dokter had afgekeurd, op een toon die suggereerde dat scenarioschrijvers achterlijk zijn, houd ik mij bezig met de vraag in hoeverre schrijvers iets te zeggen mogen hebben bij boekverfilmingen. Eigenlijk vind ik: niets. Gevoelsmatig vind ik dat, zoals gewoonlijk, wat het moeilijk maakt precies te achterhalen waaróm ik dat dan vind. Wieringa vond dat ‘zijn verhaal wordt gebanaliseerd en teruggebracht tot een actiefilm waarin de fijnzinnigheid, de gelaagdheid en de psychologische ontwikkeling die kenmerkend zijn voor het boek ontbreken.’ Ook een tweede versie van het scenario wees hij af ‘omdat het de bestanddelen miste die er het fundament van hadden moeten zijn: inspiratie en noodzaak.’
Ik geloof niet dat Kluun en Tommy Wieringa zijn ingevoerd in het maken van een film. Ze zijn beide schrijver en hebben een boek geschreven. Ik heb de verfilming van Kluuns boek gezien en niet vaak eerder zag ik een film die zo fout was. Niet eens zozeer slecht, maar fout. Wat volgens mij te maken heeft met de grote bemoeienis die hij had bij de totstandkoming ervan, de regie die hij over zijn ‘kind’ wilde houden. Het is een volledig op effect gemaakte rolprent geworden, met geen enkele minuut stilte (ik bedoel: bomvol binnen- en buitenbeeldse muziek). Op de één of andere manier zit vrijwel elke scène er net naast, en daardoor heeft de film mij niets gedaan, op één moment na, het moment dat het kind van Stijn en Carmen tegen haar moeder zegt: “Ik vind het jammer dat je doodgaat,” waarop Carmen antwoordt: “Ja, dat vind ik ook jammer.” Terwijl ik, let wel, het boek goed en effectief vind. (Ja, Arie Storm, ik durf dat gewoon op te schrijven.) En: het boek blijft, verliest door een interpretatie ervan niets aan waarde.
Tommy Wieringa heeft een oordeel over zijn eigen boek en verlangt, tenminste, zo vat ik het op, van de filmmakers dat ze het boek trouw moeten blijven, of in elk geval zijn intentie. Het belang dat hij zelf toekent aan zijn boek, is van geen enkel belang voor een filmmaker, die immers een film moet maken. Een filmmaker moet volgens mij nu juist niet trouw blijven aan een boek, die moet de vrijheid hebben op basis van een verhaal zijn of haar geheel eigen, unieke interpretatie ervan te maken. Als hij of zij het boek letterlijk zou verfilmen, heeft dat geen zin, omdat dan het oorspronkelijke boek de film totaal overbodig zou maken! Dan wordt het ‘een plaatje bij een praatje’. (Misschien moeten we het zo zien: een filmmaker maakt een film zoals een lezer een boek leest. Iedere lezer heeft zijn eigen beelden, gevoelens en interpretatie bij het lezen van een boek.) Ik snap niet dat er in de filmwereld niet een modelcontract circuleert waarin de bemoeienis van een schrijver tot een absoluut minimum beperkt wordt.
Dat zal dan dus mijn gevoelsmatige ergernis geweest zijn: het aanhoren van schrijvers die dit en dat en zus en zo vinden van een filmproject, zonder al te veel kennis van zaken, door voorbij te gaan aan het enorme verschil tussen beide kunstuitingen. Het lezen van een scenario is verdomd moeilijk. Daarbij moet je dóór de tekst heenkijken, je moet in staat zijn woorden op een papier op een bepaalde manier te visualiseren. (Terwijl een schrijver vaak andersom te werk gaat: die visualiseert iets en zet dat tegelijkertijd of vervolgens om in woorden.)
Daarbij komt nog het volgende: ik denk dat een schrijver niets te vrezen heeft. Als de film goed is, en een succes wordt, lift hij of zij mee op dat succes, worden er opnieuw boeken verkocht, al dan niet in een speciale, goedkopere, filmeditie. Als de film volgens de recensenten en/of het publiek niet geslaagd is, zullen diezelfde recensenten schrijven dat het ‘boek toch werkelijk veel beter is’. Ook dat kan de schrijver in zijn zak steken, vooral ook omdat een film jaren na het uitkomen van een boek gemaakt zal worden, en er op z’n minst nog weer even aandacht voor het boek is. Een schrijver kan niet verliezen. Een boek zal het niet snel afleggen tegen een film.
|
gerb:
Citaten in eerste alinea van De Papieren Man.
zondag 24 januari 2010
Coen:
Ben benieuwd naar de actie film Juni.
zondag 24 januari 2010
Lotus:
Waarom laten we boeken niet gewoon voor wat ze zijn; boeken! En schrijven filmmakers hun eigen scenario's die niet gebaseerd zijn op welk boek dan ook....?
zondag 24 januari 2010
Bart:
@Lotus: precies! Ik heb ook nooit begrepen waarom filmmakers boeken willen verfilmen. Laat het boek mooi het boek zijn. Laat ze zelf een origineel verhaal verzinnen.
Ik ben het wel met Gerb eens, dat schrijvers - als ze eenmaal besluiten om hun boek te laten verfilmen - het volledig los moeten laten. De film is een ander genre dan het boek. Het is onmogelijk om een boek volledig in een script om te zetten. Het zal áltijd anders zijn.
Al die aandacht voor het boek, als het verfilmt is, is natuurlijk leuk en aardig maar de uitgeverijen moeten wat mij betreft wel onmiddelijk stoppen met die misselijke 'filmedities'. De boekhandel wordt overspoeld met deze onzin edities. Ze voegen - op domme foto's en vreselijk lelijke omslagen na - niets toe aan het boek.
@Gerb: leuk, deze Mening op Zondag! Hopelijk volgen er meer, want een Dingetje zonder mening...
zondag 24 januari 2010
Lotus:
Ja, een vaste rubriek op je Dingetje genaamd "Mening op Zondag". Lijkt me een goed plan en dan extra lang zoals vandaag. Kun je toch eens per week (al) je meningen ventileren...
zondag 24 januari 2010
annelies:
Hé Gerb dat doet me denken: was Céline Linssen niet een scenario van "Boven" aan het schrijven in 2008 en zou Michiel van Erp de film niet maken? Komt daar nog wat van, of bemoeit de schrijver zich daar verder liever helemaal niet mee?
zondag 24 januari 2010
Nicole:
Ja, helemaal mee eens.
Er worden ook schilderijen verfilmd (‘ Het meisje met de parel’ van Vermeer bijvoorbeeld), of levens van al dan niet bekende mensen (Frida Kahlo, om maar iemand te noemen). Stel dat Vermeer, mocht hij nog leven, achteraf zou zeggen: dat is mijn meisje niet. Die van mij sprak en bewoog zich anders, ze keek heel anders. Jullie heb er een vervalsing van gemaakt. Dan heeft hij gelijk natuurlijk. Het schilderij, en dus het meisje, ontleent voor een deel haar kracht aan dat mysterieuze zwijgen, aan dat onbeweeglijke beeld. Dat kan de regisseur in zijn film per definitie niet herhalen. Maar dat wil hij ook helemaal niet! Het schilderij is een uitgangspunt, niks meer, niks minder. Of de verfilming van een leven als dat van Kahlo. Ongetwijfeld zal er geen spaan van kloppen. Maar Frida Kahlo raakte kennelijk iets bij de regisseur. En wat dat nu was, wilde hij uitzoeken binnen zijn eigen medium, de film. De film is een interpretatie van zijn idee van haar leven, hij zegt: zo had het kúnnen zijn. Het is bijna absurd om dat letterlijk te nemen, dat doodt juist iedere vrijheid om iets te maken.
Wieringa bedrijft naar mijn idee óf powerplay (mijn boek is zus en zo en als jullie dat niet zien zijn jullie dom of op zijn minst minder fijnzinnig dan ik) óf hij neemt zijn eigen roman (de literatuur als kunstvorm) te letterlijk. Een inhoud ‘is’ niet en staat niet vast, zelfs niet voor een schrijver. Je kunt geen gelaagdheid aanbrengen, zoals Wieringa stelt, en tegelijkertijd een handleiding afgeven met hoe jouw boek geïnterpreteerd moet worden.
Tja, geen mens kan zich werkelijk kenbaar maken, in woorden of beelden uitdrukken wat hij bedoelt, wie hij is of denkt te zijn, en zo verder. Dat is eenzaam, natuurlijk. Maar dat geeft ook vrijheid, alles is niet zo letterlijk, ligt niet zo vast. Boeken, films, kunstwerken maken hier nu juist optimaal gebruik van. Een schrijver interpreteert een idee en een regisseur die een boek als uitgangspunt neemt, interpreteert zijn eigen lezing van dat idee. Daarmee wordt zijn film een volstrekt op zichzelf staand kunstwerk waar de schrijver, strikt genomen, niets meer mee te maken heeft. De vrijheid van een regisseur is, ook mijn optiek, evenveel waard als die van een schrijver.
zondag 24 januari 2010
Nicole:
herstel tweede alinea: jullie hebben er een vervalsing van gemaakt
zondag 24 januari 2010
annelies:
@Nicole: een verfilmd schilderij? Toch ook een verfilmd boek: Tracey Chevalier's "Girl with a Pearl Earring", geschreven rond het schilderij.
zondag 24 januari 2010
Nicole:
@Annelies: Ja, het is een film rond een boek, en in dat opzicht zelfs een drietrapsraket. De vormgeving van de film is immers sterk gebaseerd op het schilderij / het werk van Vermeer. Het geheel blijft toch pleiten voor de nadruk op vrijheid van schrijver of regisseur.
zondag 24 januari 2010
Ben Bunders:
Naar aanleiding van uw lezing in Vinkeveen ben ik nog wat verder gaan speuren naar 'The road'. Even was ik in de war omdat ik meende dat het over 'On the road' van Jack Kerouack had. (kan 'The Road' zich daarmee meten volgens u? The Road blijkt inderdaad vertaald te zijn en uitgegeven door de Arbeiders pers, vertaald door Guido Golüke. Nog mijn compliment voor uw vlotte presentatie. ben.bunders@xs4all.nl
dinsdag 26 januari 2010
Jan:
The Road is zelf al verfilmd.
dinsdag 26 januari 2010
Naar boven
|
|