Weblog van Gerbrand Bakker
Zo leer je nog eens wat
Afgelopen zaterdagmiddag organiseerde de Werkgroep Theater van de VVL in Bellevue een symposium over het bewerken van boeken voor het toneel. Dick van den Heuvel, Janine Brogt en Jeroen Olyslaegers vertelden daarover. Opvallend aan alledrie de bewerkers was de enorme vrijheid die ze namen bij het bewerken. Judith Herzberg zat drie uur zwaar zwijgend maar zeer aanwezig, als een soort waakvogel, in de zaal. Mooie dingen zeiden ze. Van den Heuvel bijvoorbeeld hield De gelukkige huisvrouw omhoog en zei: ‘Je moet als het ware door het boek heenkijken, en daarachter een toneel zien.’ Zijn boek bestond letterlijk niet meer: hij had alle pagina’s eruit gesneden en zelf in een nieuwe volgorde gezet. Olyslaegers had de vader uit Wuthering Heights vermoord, want ‘dat zou een rotrol’ zijn en hij hield nu eenmaal graag rekening met wat mensen te spelen hadden. In de zaal zat een schrijfster die haar eigen boek wilde bewerken, hoe of dat moest? Doodse stilte op het toneel, ze verbleekten alledrie. Om allerlei redenen rieden ze haar dat vervolgens af en Janine Brogt zei toen haar mooie ding: je kiest een vorm waarin je het beste dat kunt vertellen wat je wilt vertellen en vervolgens is het onmogelijk om daar zélf een andere vorm voor in te zetten. ‘Elk verhaal zijn eigen vorm’ dus. En dat vond ik dan weer mooi aansluiten bij het dingetje dat ik schreef over boekverfilmingen: als schrijvers als (Herzbergiaanse) waakvogels (het belang van) hun werk willen beschermen heeft een filmregisseur niet de kans een nieuwe vorm ervoor te vinden en wordt het dus hetzelfde verhaal in een nieuwe vorm, die gedoemd is te mislukken. Judith Herzberg maakt ook niet voor niets van het één een gedicht en van het ander een filmscript.
|
Uitzondering op zaterdag (een mening)
Paul Sebes begon al niet helemaal kies in zijn toespraakje over de reden voor het ontstaan van de BNG Literatuurprijs door te zeggen dat hij het sneu vond voor mensen die net beginnen en het dan op hebben te nemen tegen de kanonnen die Libris en AKO winnen. Daarmee bruuskeerde hij de zes schrijvers die naast hem zaten, waarvan één bijvoorbeeld al vijf romans heeft afgeleverd. Als een boek goed is, beter dan een boek van welk ‘kanon’ dan ook, kan het best de Libris of AKO winnen, mits de jury’s van die prijzen zoiets werkelijk willen zien. Het ligt niet aan de schrijvers, hoor, het ligt aan de jury’s die zeggen: ‘nee, wacht, dit is een debuut of een tweede boek, dit kan écht niet nu al winnen.’ Pikant was trouwens dat vrijwel alle aanwezige schrijvers al eens een boek op long- dan wel shortlist van AKO of Libris hadden staan. De BNG Literatuurprijs heeft last van onduidelijke definiëring. Het enige wat keihard is, is de bovenleeftijdsgrens: 40 jaar. Ik vroeg Annelies Verbeke wat zij er eigenlijk van vond genomineerd te zijn voor een prijs voor ‘niet doorgebroken’ schrijvers en zij vertelde dat de uitgeverij gebeld was met de mededeling dat haar boek genomineerd zou kunnen worden omdat het zo mooi was, wat de BNG dus blijkbaar zelf ook wel wat vreemd vond omdat Annelies nogal doorgebroken is al, zeker met haar eerste roman, waarvan tienduizenden exemplaren zijn verkocht en die in 13 buitenlanden is uitgebracht! De uitgeverij zei vanzelfsprekend niet nee tegen een nominatie. Bizar. Niet van de uitgeverij maar vanuit de BNG gezien. Vervolgens wint Carolina Trujillo met het boek De terugkeer van Lupe Garcia. (Gefeliciteerd, overigens.) (En tevens shortlist AKO vorig jaar.) Zo werd het ook gezegd door juryvoorzitter Peter Rehwinkel. Hé? Dat kan helemaal niet, want de BNG is een oeuvreprijs, maar ja: hoe breng je zoiets? Hoe meet je zoiets? Hebben de juryleden bijvoorbeeld alle vier de eerdere boeken van Jan van Mersbergen, die voor de derde keer genomineerd was, gelezen of herlezen? Mark Boog, ook al vier romans op zijn naam, is die niet allang enorm doorgebroken met de VSB Poëzieprijs in de zak? Of telt dat niet omdat we het hier hebben over proza? Het gesprek met de schrijvers, zoals gewoonlijk puntig en humorvol geleid door Hanneke Groenteman, richtte zich uitsluitend op de zes laatste boeken. Die werden met elkaar vergeleken, nergens enige sprake van eerder werk. Wat bij de mensen in de zaal weer tot verwondering en geroezemoes leidde, want ja: die BNG, dat was toch een oeuvreprijs? Waarom op het scherm alleen omslagen van de zes nieuwe boeken? Het punt is: normaal gesproken kennen oeuvreprijzen geen nominaties. Iemand krijgt de P.C. Hooft, de Theo Thijssen, de Constantijn Huygens: één iemand blij, geen teleurgestelde gezichten. Klaar. Juryberaadslagingen, keuzebesturen, alles gebeurt achter gesloten deuren. Volgend jaar of over twee jaar nieuwe kansen. Geen competitie feitelijk. Dit is blijkbaar onbewust zó bekend, dat veel mensen abusievelijk denken dat bijvoorbeeld een Woutertje Pieterseprijs ook een oeuvreprijs is omdat niet met nominaties gewerkt wordt. Misschien is het een idee voor Sebes & Van Gelderen Literair Agentschap en BNG om het vanaf volgend jaar ook zo aan te pakken? Dan is de BNG Nieuwe Literatuurprijs meteen van alle onduidelijkheid en verwarring af. En evengoed kan er van de uitreiking een feestelijk gebeuren gemaakt worden, waardoor genoeg reclame ontstaat voor beide organiserende partijen. Want laten we eerlijk zijn: daar is het toch uiteindelijk om te doen.
|
Marieke:
En zo is het.
zaterdag 6 februari 2010
gerb:
Zie ook, voor nog meer uit-de-school-klapperijen, hier.
zaterdag 6 februari 2010
Remco:
Mag ik de verwarring nog groter maken? Wat te denken van een nieuwe literaire happening onder de naam Pulpfictie? Pulp & Fictie staat imers bekend als de leukste literaire quiz aller tijden, op De Parade? Kan ik nu een wijnproeverij beginnen onder de naam Gallgall, zonder dat daar verwarring over zou onstaan? Of werkt dat toch niet zo?
zaterdag 6 februari 2010
Remco:
Mag ik de verwarring nog groter maken? Wat te denken van een nieuwe literaire happening onder de naam Pulpfictie? Pulp & Fictie staat imers bekend als de leukste literaire quiz aller tijden, op De Parade? Kan ik nu een wijnproeverij beginnen onder de naam Gallgall, zonder dat daar verwarring over zou onstaan? Of werkt dat toch niet zo?
zaterdag 6 februari 2010
gerb:
Ja Remco, je hebt meer dan gelijk.Zie ook het linkje in de reactie hierboven, Marieke Groen schrijft erover. Over die drankproeverij: als jij dát zou doen, zouden de advocaten binnen de kortste keren aan je deur staan...
zaterdag 6 februari 2010
remco:
wat leuk, ik heb twee keer gereageerd. Maar goed, ik begin binnenkort een buurtsuper, Albert & Heijn.
zaterdag 6 februari 2010
Het ene werkwoord is het andere niet
Ik mailde net een column door waarin het woord ‘scharrelen’ centraal staat. Of beter gezegd: waarin mijn geraaktheid bij het horen of lezen van dat werkwoord centraal staat. Scharrelen is een zogenaamd frequentatief, dat is een ‘afleiding van een werkwoord door middel van het achtervoegsel – elen of –eren., waardoor een herhaalde handeling wordt uitgedrukt, zoals trappelen naast trappen en bibberen naast beven’. De Oudsaksische en Oudhoogduitse vormen scerran betekenden ‘afkrabben, schrapen’. Dat sloeg op de manier van voedsel zoeken van hoenderachtigen, en later is de betekenis verschoven naar de manier van voortbewegen daarbij. Niet helemaal toevallig las ik ‘scharrelen’ in een artikeltje over de in totaal honderd meerkoeten die in Friesland en Groningen doodgereden zijn. Scharrelen is voor mij één van de sterkste werkwoorden die ik ken, in de zin dat ik “De oude boer scharrelde urenlang rond op de donderdagmarkt” messcherp voor me zie, net als “De meerkoeten scharrelden langs de weg omdat de sloten dichtgevroren waren.” Er zit iets in van opgetrokken schouders, ogen naar de grond, niet goed weten wat iemand met zichzelf aan moet, maar ook iets gezelligs. Een rijk werkwoord, veel rijker bijvoorbeeld dan lopen of fietsen. Vannacht las ik Elmore Leonard’s 10 rules of writing. Daar kan makkelijk een 11e regel aan toegevoegd worden: ‘Probeer altijd een sterk beeldend werkwoord te gebruiken, om een hele alinea aan overbodige beschrijving te kunnen overslaan.’
|
Lotus:
Bij mij roept het een beeld op van flirten. Ik heb vroeger wat afgescharreld. Ik had de ene scharrel na de andere.
vrijdag 5 februari 2010
hanneke:
In het Fries heb ik dat met krantsje (krantlezen) of pypkje (pijp roken). Klinkt knus en veilig. Komt misschien omdat ik dan mijn pake nog voor me zie te pypkjen en te krantsjen.
vrijdag 5 februari 2010
gerb:
In het Fries heb je sowieso veel meer werkwoorden die sterk beeldend zijn, puur door de klank, denk ik.
vrijdag 5 februari 2010
Jan:
Scharrelen. Iemand kan scharrelen, maar het is toch vooral een beeld van de schrijver waar de lezer dan bij knikt, als herkenning. Ik vind het mooier als er gewoon 'lopen' staat en dat de lezer dan 'scharrelen' kan voelen. Dan gebeurt er bij de lezer net iets meer.
vrijdag 5 februari 2010
gerb:
Ja, maar dat 'voelen' moet dan toch uit een context komen en die context moet je dan weer schetsen, als je het werkwoord 'lopen' gebruikt.
vrijdag 5 februari 2010
Jan:
Dat is precies het werk.
vrijdag 5 februari 2010
gerb:
Jouw werk. Komt nog bij dat 'scharrelen' en 'lopen' geen synoniemen zijn.
vrijdag 5 februari 2010
Lotus:
Lopen of scharrelen daar heb ik totaal verschillende beelden bij. Ik zou bij het woord 'lopen' nooit de associatie met het woord 'scharrelen' hebben. Andersom wel, wanneer de schrijver het woord 'scharrelen' gebruikt om een bepaalde manier van 'lopen' te beschrijven. Dus Jan, Gerb heeft hier wel een punt.
vrijdag 5 februari 2010
gerb:
Ja, ga jij de boel hier even lopen opstoken! Ouwe scharrelaar.
vrijdag 5 februari 2010
Lotus:
Ha-ha-ha, ja helaas een 'ouwe' scharrelaar maar er valt ook niet zoveel meer te scharrelen......
vrijdag 5 februari 2010
gerb:
Gelukkig ben je een vrouw met een 'bepaald figuur'...
vrijdag 5 februari 2010
Lotus:
Dus........heb ik nog hoop?
vrijdag 5 februari 2010
gerb:
Lijkt mij wel.
vrijdag 5 februari 2010
Lotus:
You make my day!
vrijdag 5 februari 2010
gerb:
You're more than welcome.
vrijdag 5 februari 2010
Lotus:
Goh, ik heb opeens zo zin in scharrelen...........:)
vrijdag 5 februari 2010
botte:
misschien is het goed om eens een lijst met van die sterke werkwoorden aan te leggen
vrijdag 5 februari 2010
Jan:
Ik heb ook heel wat afgelopen.
zaterdag 6 februari 2010
AvA:
Een paar dagen heb ik over je stukje en de reacties erop nagedacht. Jullie zullen wel niks voor het klusje voelen, maar mij lijkt het intrigerend als jij en J. van M. beide in een kort stukje zouden schrijven hoe iemand die recent een kind/geliefde verloor door een ramp (brand, aardbeving, omgeslagen zeilboot, val van een berg) aankomt bij de betreffende plek en hoe hij/zij er een uur later weer (moet) vertrekken. Welke al dan niet beeldende werkwoorden zouden de gevoelens het beste tot uiting brengen? Wat zou de lezer z'n gevoel erbij zijn?
maandag 8 februari 2010
gerb:
Nee, zo'n klusje kun je beter zelf aanpakken.
maandag 8 februari 2010
De gang
Laat mij maar in de gang, een plek om warme, lichte dagen door te komen, want: lang vergleden tijden heersen hier.
Laat mij maar in de gang; het is er duister en vol drama, de deuren staan er zachtjes op een kier.
Laat mij toch alstublieft in deze gang, ik wil niet meegenomen worden, ik wil alleen maar droge zemen ruiken en het stille stof op hoge randen.
Laat mij toch alstublieft hier in deze lange gang, boen de vloer met bijenwas, laat de ramen vuil, raag niet het spinrag van de wanden, schuif de mat met WELKOM heel ver van me af.
|
Lotus:
Dank, duizend maal dank, Gerb......
donderdag 4 februari 2010
Tim:
Honderdduizend maal, want duizend vind ik veel te weinig. maar zoek voorlopig nog geen plekje in zo'n gang want oh, de vrijheid is zo heilig je zou er vast niet wennen ben ik bang.
vrijdag 5 februari 2010
Ach, we zijn van de straat...
In het verslag van de winst van Federer op Murray, gisteren in NRC, las ik dit: “De Zwitser is de eerste vader in zeven jaar die een grandslamtoernooi wint; Andre Agassi deed dat in 2003 voor het laatst in dezelfde Rod Laver Arena.” Daarna kan ik de krant niet lekker meer doorlezen. Want als ik de kop Timmer op spelen reserve op 500 m zie, denk ik: goh, de eerste die in november een hielbeen breekt die dat voor elkaar krijgt! Wat is dat voor een lariekoek? Is er een wedstrijd gaande onder tennisvaders waar wij niets vanaf wisten? Is het een verdienste? De verdienste is dat de tennisser met de mooiste gestrekte backhand sinds Pete Sampras de Schot Murray in drie sets verslagen heeft. Niet meer, niet minder. O, ik zie nu dat het verslag is geschreven door een vrouw, Danielle Pinedo, dat is een soort Danielle Serdijn maar de eerste gaat over Sport en de tweede gaat over Literatuur. Ik ben trouwens wel mooi de eerste die na het drinken van twee koppen koffie hierover een blog schrijft, nadat ik er op Facebook, na één kop koffie, al melding van heb gemaakt. Dat doe ik omdat ik ’s ochtends altijd eerst andere dingen moet doen voor het echte werk begint; omdat het echte werk beangstigend is, weleens zou kunnen stokken. Ik zet een derde kop koffie. Het regent, het dooit, en waaien doet het ook, volgens mij is dit sinds 1967 de eerste wind uit het zuidwesten die opsteekt na een sneeuwbedekking die langer dan dertig dagen duurde.
|
Igor:
Zag gisteren in Little Britain ene Bing Gordyn: de achtste man op de maan. Maar wel mooi de eerste met een snor. http://www.youtube.com/watch?v=G7ljO8eP9hE
dinsdag 2 februari 2010
Igor:
Nog een poging: Hier is Bing.
dinsdag 2 februari 2010
gerb:
Ik zag Bing ook. "You are an asshole," zei een padvindertje tegen hem.
dinsdag 2 februari 2010
Inge:
Hihihihi
dinsdag 2 februari 2010
Lotus:
Gezien de foto is Federer ook de eerste die dit grandslamtoernooi wint mèt ontbloot bovenlijf....zucht.... jammer dat ik dát gemist heb!
dinsdag 2 februari 2010
Hert op helling
Gisteren bracht ik vier uur door in Thermae 2000. Toen vond ik het genoeg en ben ik naar buiten gegaan om met een enorme omweg de witte Cauberg af te dalen en van de zijkant Valkenburg opnieuw binnen te lopen. Onderweg zag ik een hert dat met moeite de steile helling langs het pad beklom. In het wellness-paradijs was het heel druk met mensen van allerlei pluimage. Ik kan dat slecht: me in een kluwen van naakte mensen begeven en dan net doen alsof het allemaal zo heerlijk ontspannend is, in overvolle bloedhete hokken zitten waar opgietingen plaatsvinden, zwemmen in de koude buitenlucht, lekker liggen op een bank met een boeiend tijdschrift. Het heeft iets van een sekte, vooral als je nooit naar zo’n saunacomplex gaat. Iedereen weet precies wat ze moeten doen, behalve ik. Een paar dingen waren leuk. Zo ging een ontstellend dikke man in de sneeuw rollen, op een heuveltje. “Dit is fijn joh!” riep hij. Ik zag het en vroeg me af waarom dikke mannen allemaal zo’n minuscuul piemeltje hebben, nu verborgen achter drie sneeuwvlokken. Rubensvrouwen, zoals ze geloof ik genoemd worden, vind ik heel erg mooi. Daar kan ik urenlang naar kijken. Vlak voor ik vertrok zag ik voor de tweede keer de lange, dunne jongen met een heel erg grote en mooie lul, werkelijk een magistraal exemplaar. Hij en zijn vriendinnetje stonden opvallend lang te dralen en te draaien bij de douches. Zó magistraal was die lul dat ik, toen ik afwezig het hert de helling zag beklimmen, me afvroeg of ik hem werkelijk gezien had. Als een Alfa-bok had de jongen er gestaan; geld, aanzien, roem, intellect in één klap overbodig makend, zelfs zijn vriendinnetje verdween in de damp. Zo één zie ik er nooit meer, dacht ik en werd heel triest. Het werd ook net donker en het begon weer te vriezen, ik gleed uit op een stuk verijsde sneeuw. Had ik hem maar nooit gezien, en zeker niet vlak voor ik wegging. Alles leek ineens zo nutteloos. Als ik deel drie van Het Bedrijf van Hans Vervoort uit heb, ga ik Lord of dark places van Hall Bennett herlezen.
|
ted:
En wie zijn de andere twee heren op de foto dan? :-)
maandag 1 februari 2010
Bart:
Ik dacht altijd, dat een lul gewoon een lul was.
maandag 1 februari 2010
Lotus:
Zeg Bart, doe eens niet zo naïef......alsof elke lul hetzelfde is. Ik ben ook altijd weer gefascineerd over de verschillen die er rondlopen. Je hebt er hele esthetische bij maar ook hele lelijke en afzichtelijke exemplaren of zoals die jongen van Gerb, hele grote..... En dat je Rubensvrouwen heel mooi vindt vat ik persoonlijk op als een compliment!
maandag 1 februari 2010
Naar boven
|
|
eerder:
DODE KLIMOP (Uit: De Groene Amsterdammer, jrg. 124, nr. 4)
Wat mij opviel in de documentaire die op 18 januari werd uitgezonden, waren niet zozeer de uitspraken van de hoofdrolspelers ... Meer »
zaterdag 30 januari 2010
Ha, fijn weer eens wat etymologie
Wat ik dan weer denk: hoe komt het toch dat de bestsellers, de boeken waardoor schrijvers beroemd zijn geworden en die iedereen ... Meer »
vrijdag 29 januari 2010
» Archief
|
|